Beklag art 12 Sv niet vervolging Balkenende c.s. genocide Irak
Dinsdag 02 juni 2009 is bij Dienst Nationale Recherche te Driebergen aangifte gedaan wegens deelname aan in Irak gepleegde genocide tegen 21 met name genoemde (voormalige) bewindslieden en leden van de Staten Generaal en “alle overige leden van het Nederlandse kabinet en de tweede kamer die op enigerlei wijze draagvlak gecreëerd hebben voor militaire acties van de Verenigde Staten en/of Groot-Brittannië en/of the Coalition of he Willing in Irak”. Na uitgebreide correspondentie heeft de officier van justitie van het landelijk parket laten weten zich op grond van artikel 483 Sv niet bevoegd te achten de aangifte in behandeling te nemen. Maandag 16 november 2009 is beklag ingediend bij het gerechtshof te Den Haag omdat genocide niet tot de officiele taakopvatting van overheden behoort en derhalve nimmer als ambtsmisdrijf vervolgd hoort te worden.
Volgens het beklag hoort de statenpraktijk bij genocide te zijn dat genocide voor de nationale strafrechter vervolgd wordt als een daad gepleegd 'in te private capacity' van ambtsdragers (dus niet als ambtsmisdrijf) en dat ondanks die 'private capacity' voor de eigen lokale strafrechter, interstatelijk bij genocide immuniteiten gelden voor buitenlandse staatshoofden, regeringsleiders en ministers van buitenlandse zaken, zolang zij als zodanig in functie zijn, alsmede andere personen voor zover hun immuniteit door het volkenrechtelijk gewoonterecht wordt erkend. De volledige tekst van de aangifte is via deze link te lezen. De volledige tekst van het beklag staat hieronder en is via deze link te vinden :


